Verenigde Oost-Indische CompagnieVOC
De VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) was een handelsvereniging die in de 17e en 18e eeuw het monopolie bezat op de handel van de Republiek der Verenigde Nederlanden met gebieden in Azië en vooral Indië.HandelsverenigingAan het einde van de 16e eeuw begonnen kooplieden regelmatig schepen naar Azië te sturen om daar handel te drijven. De overheid wilde door samenwerking tussen de kooplieden de winst verbeteren en de continuïteit op deze vaart waarborgen. Dankzij een grote kapitaalinjectie en actieve overheidssteun wist de VOC uit te groeien tot een succesvolle handelsonderneming.East India Company (EIC)In Engeland werd naar Hollands voorbeeld de East India Company (EIC) opgericht. Deze handelsgroep kreeg van de Engelse koning het monopolie voor de vaart van Engeland op Azië. De East India Company was de belangrijkste concurrent van de VOC in de 17e eeuw. De East India Company slaagde er echter niet in om net als de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie permanent aandelenkapitaal te vormen. Hierdoor konden zij in Azië geen partij bieden aan de kapitaalkrachtige Nederlanders.FinancieringDe samenstelling van de participanten in de VOC was zeer gevarieerd. De grootste aandeelhouders waren handelaren uit Amsterdam, Middelburg, Enkhuizen en andere steden. Ambachtslieden, loonarbeiders, doktoren, predikanten en ambtenaren bezaten doorgaans kleinere aandelen. Doordat de kleinere aandeelhouders sneller hun aandelen verkochten, groeide de vertegenwoordiging van de kooplieden en daalde het aantal aandeelhouders.De VOC werd niet alleen gefinancierd met aandelen. Vanaf 1665 werd ook geld aangetrokken met obligaties en anticipatiepenningen. Anticipatiepenningen waren voorschotten op komende veilingen van goederen uit de Oost, die door de kooplieden op de rekening van de Compagnie werden gestort. In ruil hiervoor ontvingen de kooplieden rente en genoten zij preferentie bij de aankoop van specerijen op de veilingen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. GroeiHet zwaartepunt van de activiteiten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie was eerst gericht op het winnen van de handel in het Verre Oosten. Na 1635 werd een geregelde handel op Japan via Formosa tot stand gebracht. Voor de bewindvoerders van de VOC was de expansie in Azië ondergeschikt aan economische motieven. De handel op en met Java en Ceylon waren het belangrijkst voor de VOC.De enorme groei van de VOC in de 18e eeuw was te danken aan de toename van de handel tussen Europa en Azië. De handel binnen Azië had al voor 1700 het hoogtepunt bereikt. DecimaIn Azië werd een groot imperium opgebouwd. Als enige Westerse mogendheid richtte de VOC ook in Japan een vestiging op, op het eiland Decima. Tot de producten die verhandeld werden behoorden onder andere kaneel, nootmuskaat, koffie, thee, foelie, kruidnagels, katoen en zijde.BataviaVanwege de grote afstand, een bericht uit de Oost deed er acht maanden over, werd een permanent bestuur in Batavia ingesteld. Het bestuurscentrum van de VOC in Batavia speelde een centrale rol in de besluitvorming. Het gehele scheepvaartverkeer in Azië werd georganiseerd vanuit Batavia. In Batavia werd geïnventariseerd hoeveel geldmiddelen, goederen, schepen en manschappen men nodig dacht te hebben om het bedrijf te kunnen exploiteren. Batavia had de macht om afzonderlijke eisen of bestellingen van de kantoren naar eigen inzicht aan te passen. Daarnaast gingen ook de eisen van de bewindvoerders aan de overige kantoren van de VOC in de regio via het bestuur in Batavia, dat als doorgeefluik functioneerde. Niet alle goederen werden via Batavia verhandeld. Malakka ontwikkelde zich als een subcentrum.Op het voor Batavia gelegen eiland Onrust waren grote scheepswerven en magazijnen gevestigd, waar de grote schepen voor onderhoud naar toe konden. Heren ZeventienHet commerciële succes van de Verenigde Oost-Indische Compagnie kwam vooral door het systeem van besluitvorming, dat gebaseerd was op een rationele grondslag, los van persoonlijke voorkeuren of individueel handelen, zoals ook grote ondernemingen in onze tijd praktiseren.Het bestuurscollege Heren Zeventien was het belangrijkste bestuursorgaan van de VOC. Deze bestuurders kwamen twee keer per jaar voor enkele weken in Amsterdam bij elkaar om beleidsbeslissingen te nemen. Het tijdstip van de vergaderingen was afgestemd op het ritme van het scheepvaartverkeer tussen Nederland en Azië. De retourvloot arriveerde eind augustus of september in Nederland. De schepen naar Azië vertrokken tussen september en mei. Centraal in het beleid van de Heren Zeventien was de vraag welke goederen in welke hoeveelheden ingevoerd moesten worden. Het bestuur moest ver vooruit denken, want tussen bestelling en ontvangst zat door de grote afstand een gat van twee à drie jaar. PersoneelDe door de kamer in Amsterdam geworven matrozen en soldaten scheepten zich in lichters of boeiers bij de Montelbaanstoren in Amsterdam in. Deze schepen brachten hen naar de Oost-Indiëvaarders op de rede van Texel. Bij vertrek ging men een dienstverband aan voor een aantal jaren: drie jaar voor zeelieden en vijf jaar voor het overige personeel. In 1658 werd de termijn voor de laagste rangen van de zeelieden ook op vijf jaar gebracht. Deze termijn gold echter voor de dienst in Azië. De heen- en terugreis maakte geen onderdeel uit van de contracttermijn.Dienstneming bij de VOC was vaak een noodsprong, een laatste keuze voor mensen die elders op de arbeidsmarkt geen plaats konden vinden. De VOC kon na verloop van tijd steeds moeilijker aan personeel komen. Rond 1770 was meer dan de helft van het personeel van de Verenigde Oost-Indische Compagnie afkomstig uit het buitenland. Financiële problemenTot halverwege de 18e eeuw was de Verenigde Oost-Indische Compagnie zeer succesvol, maar daarna werden de resultaten steeds slechter. Het falen van de bewindvoerders in de 18e eeuw wordt gezien als een van de belangrijkste oorzaken voor het verval van de Compagnie. De oorlog in 1780 met Engeland bracht de Verenigde Oost-Indische Compagnie een enorme klap toe. Nagapatnam aan de kust van Coromandel ging verloren en veel kostbare ladingen vielen in Engelse handen. In februari 1781 werd het de Heren Zeventien duidelijk, dat zij niet in staat zouden zijn om de leningen uit de opbrengsten te kunnen aflossen. De VOC kreeg uitstel van betaling voor een jaar, maar een jaar later was de toestand niet verbeterd. In de volgende jaren liep de schuldenlast nog verder op. In 1796 was de schuld opgelopen tot 125 miljoen gulden en als gevolg hiervan werd enkele jaren later de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgeheven, nadat haar baten en schulden door de Nederlandse staat waren overgenomen.Lees verder: meer informatie Hoofdpagina Geschiedenis Vereniging VOC-schepen Nederland Henry Hudson en de VOC Het schip Amsterdam Atjeh-oorlog Waterloopkundig laboratorium Watersnoodramp Woudagemaal |
Leestip
Een informatieve nieuwsbrief vol tips en wetenswaardigheden over Nederlandse Geschiedenis, royalty en ontwikkelingen die het leven in ons land veranderden.
Digitale Boeken
Kunst en kunstenaars
Op de derde cd-rom in de reeks van Cultuur Archief zijn 400 artikelen bijeengebracht over kunst en cultuur.Deze culturele cd-rom bevat een schat aan informatie en talrijke kleurige afbeeldingen. Met de cd-roms van CultuurArchief haalt u veel kennis in huis. Kunst op cd-rom |
|
© 1998 - 2010 AbsoluteFacts.nl is een uitgave van Absolute Figures
|

De VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) was een handelsvereniging die in de 17e en 18e eeuw het monopolie bezat op de handel van de Republiek der Verenigde Nederlanden met gebieden in Azië en vooral Indië.
Met deze cd-rom kunt u vele uren genieten van de rijkdom van onze vaderlandse geschiedenis en in het bijzonder van de prachtige kastelen en huizen die Nederland rijk is.
Ruud van Capelleveen laat met Koning Eenoog zien dat geschiedenis niet saai is en zeker niet dor beschreven hoeft te worden. De foto’s zijn paginabreed en illustreren de artikelen op treffende wijze.
Op de derde cd-rom in de reeks van Cultuur Archief zijn 400 artikelen bijeengebracht over kunst en cultuur.